pmv:Naar inhoud

Een paar concrete voorbeelden

Voorbeeld 1: juffrouw Evita

 

Juffrouw Evita werkte een aantal jaren als hulp in een krantenzaak maar nu wil ze eindelijk op eigen benen staan. Zij heeft een dagbladhandel op het oog in Aalst en vraagt aan haar bank een krediet van 35.000 euro op vijf jaar om de zaak over te nemen en om de voorraad uit te breiden.

 

Financieringsplan:

 

 

Overname handelsfonds

€ 28.000

Eigen financiële inbreng

€ 4.500

Uitbreiding voorraad

€ 10.000

Aangevraagd krediet

€ 35.000

Kredietkosten

€ 1.500

 

 

TOTAAL

€ 39.500

TOTAAL

€ 39.500

 

  

Evita bezit geen onroerend goed. Zij kan dus geen zakelijke waarborgen bieden aan de bank. De bank is wel bereid om een krediet te verschaffen maar vraagt om een aanvullende zekerheid.

 

De Waarborgregeling biedt hulp. De Vlaamse overheid stelt zich immers borg voor 75 % van het aangevraagde kredietbedrag. De bank moet wel waarborghouder zijn. Dat zijn financiële instellingen die een waarborg hebben gekregen van de Vlaamse overheid. Klik hier om te weten welke financiële instellingen waarborghouder zijn.

 

Juffrouw Evita moet wel een premie betalen om deze waarborg te krijgen. Die premie is afhankelijk van het bedrag en van de duurtijd van de waarborg. De premie voor een tussenkomst van 60 % (35.000 euro X 60 % = 21.000 euro) met een looptijd van drie jaar bedraagt 315 euro (21.000 euro X 3 jaar X 0,5 %).

 

 

Voorbeeld 2: de heer Tom Poes

 

Tom Poes bakt zoete broodjes. Na het behalen van zijn diploma heeft hij een paar jaren ervaring opgedaan in een bakkerij. Daarna heeft hij zelf een bakkerij overgenomen in Wortegem-Petegem.

 

Voor de overname van de handelszaak en voor de aankoop van het beroepseigendom heeft Tom een investeringskrediet genomen bij de bank. Dat investeringskrediet is gewaarborgd door een hypotheek op het onroerend goed en door inpandgave van kasbons.

 

Tom heeft duidelijk talent en de zaken gaan uitstekend. Drie jaar later wil hij zijn bedrijf moderniseren. De winkel wordt vernieuwd en in de bakkerij komt een fonkelnieuwe oven.

 

Tom vraagt hiervoor een nieuw investeringskrediet van 188.000 euro op tien jaar waarvoor de bank een inschrijving neemt op de handelszaak. Die waarborg is echter onvoldoende. Dankzij de Waarborgregeling kan Tom het krediet toch verkrijgen. Die tussenkomst is een bepaald percentage van het kredietbedrag. Dat percentage wordt door de bank zelf gekozen.

 

Financieringsplan:

 

Inrichtingskosten

€ 147.000

 

Eigen financiële inbreng

€ 36.500

Aankoop oven

€ 62.500

 

Aangevraagd krediet

€ 188.000

Kredietkosten

€ 15.000

 

 

 

TOTAAL

€ 224.500

 

TOTAAL

€ 224.500

 

Om de waarborg te krijgen, moet Tom wel een premie betalen. Die premie is afhankelijk van het bedrag en de duurtijd van de waarborg. Voor een tussenkomst van 50 % (188.000 euro X 50 % = 94.000 euro) met een looptijd van vijf jaar bedraagt de premie 2.350 euro (94.000 euro X 5 X 0,5 %).

 

Enkele jaren later komt er een andere bakker in de buurt. Tom kampt met lagere verkoopscijfers en het noodlot slaat toe. Een faling is onvermijdelijk en de bank zegt de kredieten op.

 

Waarborgbeheer betaalt zijn deel van het openstaande saldo. In dit geval is dat 50 %. Dat wil echter niet zeggen dat Tom is bevrijd van zijn schuld. De bank zal de andere waarborgen die Tom heeft geboden voor zijn investeringskrediet uitwinnen. Zij zal de bedragen die zij daaruit ontvangt, doorstorten aan de Waarborgbeheer nv ten belope van het percentage dat werd gewaarborgd, in dit geval 50 %.

 

 

Voorbeeld 3: de kmo Verkwansel en Zonen


De kmo Verkwansel en Zonen vraagt een krediet van 200.000 euro voor de overname van een handelsfonds. Ze verkrijgen een waarborg van de Vlaamse overheid voor 150.000 euro (= 75 % van 200.000 euro). Daarnaast geeft de kmo Verkwansel en Zonen nog een inpandgave van een depositorekening ter waarde van 50.000 euro (= tijdstip 0). Na drie jaar zegt de Knabank het krediet op. Het openstaande saldo bedraagt op dat ogenblik 100.000 euro.

De bank kan hiervoor een tussenkomst vragen bij Waarborgbeheer nv ten belope van 75.000 euro (= 75 % x 100.000 euro). De bank blijft wel verantwoordelijk voor het uitwinnen van de inpandgave van de depositorekening ter waarde van 50.000 euro. Elke recuperatie die de bank bekomt door uitwinning van deze waarborg zal in dezelfde verhouding moeten worden teruggestort aan Waarborgbeheer nv. Dat wil zeggen dat bij een recuperatie van 50.000 euro, 37.500 euro moet teruggestort worden aan Waarborgbeheer nv.

Tijdstip 0

 

 

 

Kredietbedrag:

200.000 euro

Geboden waarborg door Verkwansel en Zonen:

50.000 euro

Risico voor de KnaBanK:

150.000 euro

De KnaBanK brengt 75 % van het kredietbedrag onder toepassing van haar waarborg:

150.000 euro

De premie bedraagt 150.000 euro x 0,5 % x 4 jaar =

3.000 euro

 

 

Tijdstip 1

 

 

 

Verkwansel en Zonen blijven in gebreke en de KnaBank zegt het krediet op.

 

Het nog uitstaande kredietbedrag bedraagt:

100.000 euro

Waarborgbeheer betaalt aan de KnaBanK een provisie van 75 % van het nog uitstaande kredietbedrag:

75.000 euro

 

 

Tijdstip 2

 

 

 

De KnaBanK recupereert de waarborg van Verkwansel en Zonen:

50.000 euro

De KnaBanK stort 75 % van de gerecupereerde waarborg aan Waarborgbeheer:

37.500 euro

 

 

Verlies KnaBanK met waarborgregeling

 

 

 

Het uitstaande kredietbedrag op het moment van opzegging bedraagt:

-100.000 euro

De provisie betaalt door Waarborgbeheer bedraagt:

75.000 euro

Recuperatie waarborg van Verkwansel en Zonen:

50.000 euro

De doorstorting van de recuperatie aan Waarborgbeheer bedraagt:

-37.500 euro

Het totale verlies voor de KnaBanK bedraagt dus:

-12.500 euro

 

 

Verlies KnaBanK zonder waarborgregeling

 

 

 

Het uitstaande kredietbedrag op het moment van opzegging bedraagt:

-100.000 euro

Recuperatie waarborg van Verkwansel en Zonen:

50.000 euro

Het totale verlies voor de KnaBanK bedraagt dus:

-50.000 euro

 

 

Voorbeeld 4: de heer Patat (hinder openbare werken)

 

Jef Patat is de ongekroonde frietenkoning van Antwerpen. Zijn frituur in het centrum van de stad draait al jaren op volle toeren maar door aanhoudende wegenwerken blijven de klanten weg. Zijn omzet daalt met meer dan 30 % en Jef heeft het moeilijk om zijn leveranciers op tijd te betalen.

 

Om deze moeilijke periode te overbruggen, vraagt hij een krediet voor financiering van bedrijfskapitaal van 15.000 euro op drie jaar.

 

Financieringsplan:

 

Bedrijfskapitaal

€ 15.000

Aangevraagd krediet

€ 15.200

Kredietkosten

€ 200

 

 

TOTAAL

€15.200

TOTAAL

€ 15.200

 

Jef kan geen waarborgen meer bieden aan de bank. Via de Waarborgregeling kan hij echter tot 75 % (11.400 euro) van het aangevraagde kredietbedrag (15.200 euro) borgen. Hij hoeft daarvoor geen premie te betalen omdat zijn kmo duidelijk hinder ondervindt van openbare werken.

 

Voorbeeld 5: combinatie Waarborgregeling / lening Participatiefonds

 

In jaar 1 verkreeg een kmo een Optimeolening van 150.000 EUR. De rente voor deze lening bedroeg 3%.

In jaar 2 verkrijgt de kmo van haar bank een krediet van 1.000.000 EUR waarvoor een waarborgbedrag wordt gevraagd van 750.000 EUR. Bij toestaan van het krediet door de bank dient nagegaan te worden of de kmo bovenstaande maxima niet overschrijdt.

Totaal bedrag aan de-minimissteun = steun lening Participatiefonds + steun Waarborgregeling

Steun lening Participatiefonds:

In jaar 2 bedraagt het uitstaand kapitaal 125.000 EUR. Het brutosubsidie-equivalent van deze lening bedraagt:

125.000 EUR x [(4,33%(*) - 3%) + 4%(**)] = 6.662,50 EUR

(*) : referentie-intrestvoet door de Commissie vastgelegd, terug te vinden op volgende site:

http://ec.europa.eu/comm/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html

(**) : vast percentage voor achtergestelde lening

Steun Waarborgregeling = 750.000 EUR x 200.000 EUR /1.500.000 EUR = 100.000 EUR

Totale de-minimissteun = 6.662,50 EUR + 100.000 EUR = 106.662,50 EUR

Besluit: Indien de onderneming niet actief is in het wegvervoer wordt het maximale steunbedrag niet overschreden. Indien de onderneming wel actief is in het wegvervoer kan slechts een waarborgbedrag toegekend worden van 700.031,25 EUR. (brutosubsidie-equivalent = 93.337,50 EUR)

 

 

Voorbeeld 6: cumul staatssteun (groeipremie, ecologiesteun, …) / Waarborgregeling

In jaar 1 verkreeg een kmo een groeipremie van 75.000 EUR. 

In jaar 2 verkrijgt de kmo van haar bank een investeringskrediet van 600.000 EUR waarvoor een waarborgbedrag wordt verkregen van 300.000 EUR.

Indien de groeipremie werd berekend op basis van andere kosten dan de kosten die betaald zullen worden met het investeringskrediet, dienen de steunmaatregelen niet te worden opgeteld.

Het maximum van de-minimissteun wordt hierdoor niet overschreden. (de-minimissteun = brutosubsidie-equivalent van de waarborgregeling = 40.000 EUR)

Indien de groeipremie werd berekend op basis van dezelfde kosten dan de kosten die betaald zullen worden met het investeringskrediet, dienen de steunmaatregelen wel te worden opgeteld.

Aangezien de groeipremie een subsidie is, dient geen brutosubsidie-equivalent berekend te worden. Het totale bedrag aan groeipremie dient opgeteld te worden met het brutosubsidie-equivalent van de waarborgregeling.

Totale steun = 75.000 EUR + 40.000 EUR = 115.000 EUR.

Indien de onderneming niet actief is in het wegvervoer wordt het maximale steunbedrag niet overschreden.

Als de onderneming wel actief is in het wegvervoer kan slechts een waarborgbedrag toegekend worden van 187.500 EUR (brutosubsidie-equivalent = 25.000 EUR).