BRUSSEL, 6 maart 2008
Het Britse vakblad Project Finance Magazine roept op donderdag, 6 maart e.k. het publiek private samenwerkingsproject Via-Zaventem uit tot “European Transport PPP Deal of the Year 2007.” De uitreiking heeft plaats in het prestigieuze “The Brewery” in Londen.
Daarmee krijgen de publiek private samenwerkingsprojecten van ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) nv internationale erkenning. Er staan onze regio trouwens nog meer pps-programma’s te wachten waardoor Vlaanderen meer kan doen in minder tijd.
Via-Invest en de noordelijke wegontsluiting van Zaventem
Met de naamloze vennootschap Via-Invest beantwoordt PMV de vraag van de Vlaamse overheid om een inhaalbeweging te organiseren op het vlak van openbare werken. Het gaat om het wegwerken van de zogenaamde “missing links” in Vlaanderen via publiek private samenwerking (pps) en meer bepaald om
• de noordelijke wegontsluiting van de luchthaven van Zaventem
• de Kempense noord-zuidverbinding
• de noord-zuidverbinding te Helchteren/Houthalen
• de omvorming van de AX havenrandweg Zuid naar Zeebrugge
• de vervollediging van de zuidelijke tak van de R4 rond Gent
• de rondweg N60 te Ronse
Via-Invest is het eerste initiatief dat grote projecten volgens standaardprocedures naar de markt brengt. Dat is belangrijk omdat de beste pps-projecten tot stand komen in een goed ontwikkelde pps-markt. Dat is enkel mogelijk wanneer het bedrijfsleven een perspectief heeft op voldoende dealflow op basis van herkenbare principes.
PMV-pps ontwikkelde daarom een pps-standaard voor Vlaanderen die als basis zal dienen voor alle toekomstige projecten. In meer mature pps-landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, bestaan die standaarden al. Zij zijn belangrijk omdat:
- een standaard de basis is voor de ontwikkeling van goede praktijk. Met standaarden vermijdt men dat per project moet geëxperimenteerd worden en dat dezelfde fouten telkens opnieuw worden gemaakt.
- standaarden de transactiekosten reduceren . Zowel aan overheidszijde als aan de kant van de private sector gaat heel wat tijd en geld naar studiewerk. Dat kan aanzienlijk gereduceerd worden door steeds op basis van dezelfde beproefde principes (standaarden) te werken.
PMV-pps besteedt ook bijzondere aandacht aan de maximale mededinging van de bouwsector. In vergelijking met de ons omringende landen zijn een aantal projecten hier relatief klein (< 100 miljoen euro studie- en bouwkost). Door de financiering afzonderlijk aan te trekken, krijgen solide, onafhankelijke groepen de kans zich te bewijzen, los van de voorkeur van mogelijke financiers. Bovendien speelt de concurrentie dan twee keer: één keer afzonderlijk op het luik voor de uitvoering van het project en één keer afzonderlijk op de financiering. Op die manier kan het beste op de twee domeinen worden gecombineerd.
Het eerste Via-Invest project, met name de realisatie van de noordelijke wegontsluiting van Zaventem, is ondertussen in uitvoering en werd nu al uitgeroepen tot de “European Transport PPP Deal of the Year 2007” door het Britse vaktijdschrift Project Finance Magazine.
De projectvennootschap Via-Zaventem werd opgericht op 11 oktober 2007. Dit project is uniek omdat de uitvoering ervan is geïntegreerd in het Diabolo-spoorwegproject maar beide projecten wel afzonderlijk worden gefinancierd met private middelen. Via-Zaventem en het Diaboloproject zijn eigenlijk twee onafhankelijk projecten die op hetzelfde moment en in hetzelfde projectgebied gerealiseerd worden. Het milieueffectenrapport wees immers uit dat de gezamenlijke uitvoering van beide projecten de hinder voor mens en milieu aanzienlijk zou beperken. Bovendien werkt de gezamenlijke uitvoering kostenbesparend door een aantal optimalisaties bij de uitvoering van de werken toe te laten. Het was dan ook aangewezen om beide projecten via één geïntegreerde opdracht naar de markt te brengen.
Hoewel beide initiatiefnemers (Infrabel en het Vlaamse Gewest) het project privaat wilden laten financieren, was het uitgangspunt voor beiden verschillend. Infrabel had behoefte aan een financieringsstructuur waarbij het vraagrisico (d.w.z. het aantal passagiers dat effectief gebruik maakt van het Diabolotraject) wordt overgedragen aan de private investeerders. Van de kant van de Vlaamse overheid ligt de nadruk op de beschikbaarheid van de infrastructuur veeleer dan het aantal wagens dat ervan gebruik maakt. Dat betekent dat beide projecten een totaal verschillend risicoprofiel hadden vanuit investeringsstandpunt, zodat voor beide projecten een verschillende financieringsstructuur werd opgezet. Het is deze unieke structuur die nu internationale erkenning heeft gekregen.
De andere pps-projecten van ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) nv
Het initiëren, opstarten of uitbouwen van initiatieven en projecten met het oog op de realisatie van publiek private samenwerking en zulks in alle bevoegdheidsdomeinen is één van de decretale opdrachten van ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV).
PMV doet dat :
- als centre of excellence. PMV bereidt daarbij, meestal samen met een publieke initiatiefnemer, het project voor. Zij voert onderhandelingen met de private partijen en geeft de samenwerking concreet vorm.
- als co-investeerder. Als investeringsmaatschappij werkt PMV aan een structurele aanpak om een deel van het enorme investeringspotentiëel dat door initiatieven van de Vlaamse overheid tot stand komt, te benutten ten voordele van haar aandeelhouder. Daarnaast wil PMV als investeerder de totstandkoming van minder voor de hand liggende projecten faciliteren.
De rol van PMV is uniek en vernieuwend. PMV volgt de internationale ontwikkelingen op het vlak van pps maar zal die buitenlandse voorbeelden niet blindelings kopiëren. PMV houdt voor elk project rekening met de specifieke context in Vlaanderen.
pps is een ruim begrip en er zijn heel wat vormen van samenwerking die het label pps meekrijgen. PMV maakt een onderscheid tussen infrastructuur en gebiedsontwikkeling. Bij infrastructuur maakt PMV ook nog een verschil tussen projecten voor de realisatie van nieuwe infrastructuur en projecten voor de valorisatie van reeds bestaande infrastructuur.
Bij infrastructuur gaat het onder meer om:
- transportinfrastructuur: wegen, spoorwegen, havens en luchthavens
- infrastructuur in het domein van communicatie, energievoorziening, afvalverwerking en waterzuivering
- sociale infrastructuur: schoolgebouwen, ziekenhuizen, gevangenissen
Nieuwe infrastructuur
Het gaat daarbij om nieuwe projecten waarbij private partijen op basis van een contract met de overheid investeren in de infrastructuur. De private sector staat daarbij in voor de realisatie en het beheer van de infrastructuur gedurende een lange periode en neemt de meeste projectrisico’s op zich. Men spreekt dan van zogenaamde DBFM- of DBFO-projecten (Design, Build, Finance and Maintain resp. Operate).
PMV is betrokken bij drie belangrijke initiatieven voor nieuwe infrastructuur:
- het wegwerken van de missing links in het Vlaamse wegennet
- de inhaalbeweging schoolgebouwen
- de inhaalbeweging sportinfrastructuur
Valorisatie van bestaande infrastructuur
Andere vormen van pps hebben tot doel om al bestaande infrastructuur op te waarderen ten einde ook commercieel gebruik toe te laten. Het project “digitale ether” is daar een mooi voorbeeld van. Het bestaande VRT-zenderpark wordt daarbij verzelfstandigd met als doel niet enkel de publieke omroep digitaal via de ether uit te zenden (DVB-T) maar vooral om het zenderpark uit te bouwen voor digitale mobiele televisie (DVB-H). Dat laatste kan best in samenwerking met private partijen die de nodige expertise hebben. PMV vervult hierin de rol van de publieke aandeelhouder die een strategisch belang neemt van iets meer dan 25 % in het nieuwe zenderparkbedrijf.
Gebiedsontwikkeling
Ook gebiedsontwikkelingsprojecten vallen binnen de reikwijdte van publiek private samenwerking. Het gaat dan om het herbestemmen van bestaande sites, al dan niet gecombineerd met een sanering en gevolgd door de ontwikkeling van vastgoed, waarbij vaak een aantal commerciële en publieke functies gecombineerd worden. Dat soort projecten wordt bij PMV gerealiseerd door de business unit Vastgoed.
Met haar diverse pps-projecten is PMV goed voor ruim 2 miljard euro aan investeringen in nieuwe infrastructuur. PMV investeert daarbij zelf 70 miljoen euro in speciale projectvennootschappen (SPV’s). Daarnaast wordt nog eens minimum hetzelfde bedrag geïnvesteerd door de private sector. De rest wordt gefinancierd met leningen die door de respectievelijke SPV’s worden aangegaan.
pps wordt soms beschouwd als een dure vorm van debudgettering; als benadelend voor de Vlaamse bouwsector t.o.v. grote multinationale groepen en als tijdrovende vorm van aanbesteden. In specifieke gevallen kan die kritiek terecht zijn maar we moeten ons hoeden voor veralgemeningen.
Risicobeheersing en juiste risico-overdracht, vrijheid tot innovatieve voorstellen vanuit de private sector en grondige marktwerking bij het tot stand komen van de offertes, leveren grote voordelen op tegenover een beperkt aantal nadelen zoals de langere aanbestedingstijd en de duurdere financieringskost.
Bij PMV besteedt men heel wat aandacht aan een werkwijze die toelaat om de mededinging van de bouwsector optimaal te laten verlopen en ervoor te zorgen dat pps niet het exclusieve speelveld wordt van enkele multinationale groepen. PMV overlegt daarvoor met de bouwsector zelf en formuleert concrete aanbevelingen die zowel door de sector als door de overheid worden gedragen.
De lange voorbereidingstijd van grote pps-projecten is meestal niet een gevolg van de keuze voor pps, maar komt omdat zij onderworpen zijn aan procedures op het vlak milieueffectenrapportering en ruimtelijke planning. In vergelijking met de duurtijd van deze procedures, is de specifieke pps-voorbereiding beperkt. Het is wel zo dat het tot stand komen van een pps-contract langer duurt dan een klassiek bouwcontract. Dat heeft vooral te maken met de grotere zorgvuldigheid die wordt nagestreefd om alle mogelijke risico’s te identificeren, te verdelen en contractueel in te dekken. Het is juist deze risicoverdeling die ervoor zorgt dat pps-projecten systematisch beter scoren wat betreft tijdige uitvoering en kostenbeheersing.
Ondanks de soms lange voorbereidingstijd, is de versnelling op het vlak van infrastructuurinvesteringen reëel en kan men met pps meer doen in minder tijd:
- sinds de oprichting van Via-Invest worden vijf grote infrastructuurwerken voorbereid en is één project concreet in uitvoering. De meeste van deze projecten werden meer dan dertig jaar geleden geïdentificeerd maar kwamen nooit tot uitvoering omdat de middelen niet beschikbaar waren. Met het huidige initiatief zullen de eerste projecten af zijn tegen 2012 en de laatste zullen volledig gerealiseerd zijn tegen 2016;
- via klassieke financiering is er voor nieuwe investeringen in schoolgebouwen een wachttijd van acht jaar. Deze achterstand is structureel en werd opgebouwd in de loop der jaren. Met de inhaalbeweging scholenbouw via pps kan het overgrote deel van de achterstand worden weggewerkt in een periode van vijf tot zes jaar;
- de investeringen in nieuwe sportinfrastructuur is al vele jaren ontoereikend. Zes maanden na de beslissing om via pps een grote inhaalbeweging te realiseren, werden na een oproep aan de lokale overheden, 170 concrete projecten geïdentificeerd. Minstens 120 daarvan zullen worden gerealiseerd via pps in de volgende vier tot vijf jaar.
Pps zal een instrument blijken te zijn dat toelaat om te investeren in de toekomst van Vlaanderen met een lager risicoprofiel dan bij klassieke overheidsinvesteringen en met een beter economisch rendement dankzij de creatie van een grondige marktwerking bij de aanbesteding. Dankzij een veel lagere budgettaire afhankelijkheid zullen veel al lang te realiseren projecten in de nabije toekomst effectief gerealiseerd worden.
Meer info:
Ben Jehaes
Communicatiemanager PMV
0495/54 78 40
Business Unit Manager PMV-pps
02/229 52 30

